Wat bedoelen we met monocultuur? Wat motiveert identitaire of nationalistische monocultuurbewegingen die hun samenleving niet pluralistisch kunnen of willen beschouwen, niet alleen in de context van Europa maar ook wereldwijd? Kunnen we positieve of zelfs emancipatorische ambities van de monocultuur situeren? Kan een cultureel homogene maatschappij ook inclusief en transformeerbaar zijn? Wat bevindt er zich in de marge van de monocultuur, en wat wordt er niet getolereerd? Wat kan de positie van kunst zijn binnen de context van de monoculturele ideologie? Of hoe zou kunst er onder de monoculturele ideologie uit kunnen zien wanneer ze tot haar logische eindpunt wordt gevoerd? 

MONOCULTURE – SOCIALISTISCH REALISME

Image00025 scan: (c) M HKA, Published by Putnam & Co., LTD
Mikhail Sholokho, "Virgin Soil Upturned", 1935
Boek , 20.5 x 14.5 x 5cm

Поднятая целина voor het eerst gepubliceerd in het Russisch in 1932, in het Nederlands voor het eerst verschenen als Nieuw land onder de ploeg (Pegasus, 1960, is het eerste deel van de gevierde socialistisch-realistische roman) van Mikhail Sholochov (1905-1984), die in 1965 de Nobelprijs voor Literatuur ontving. Het boek thematiseert de massale collectivisatie van de landbouw en het instellen van een systeem van collectieve landbouw in de dorpen – en de hoofden van de boeren. Via de levens van zijn personages vertelt Sholohov het verhaal van een van de moeilijkste periodes – en een van de meest controversiële beleidskeuzes – in de geschiedenis van het Sovjetregime. Kort na de publicatie van het boek volgde, door de gedwongen collectivisatie, de grote hongersnood van de winter van 1932-1933, wat leidde tot miljoenen doden. In 1959 publiceerde Sjolochov een vervolg op de roman, waarin hij de dramatische gevolgen en de terreur van het verleden beschreef. Het 'collectivisatie-beleid (1928-1937) bestond erin individuele boerenbedrijven af te schaffen en ze te integreren in collectieve en door de staat gecontroleerde boerderijen. Zo zouden kleine particuliere boerderijen omgevormd worden tot grote publieke coöperatieve productie-eenheden, wat het oogsten van gewassen moest vergemakkelijken. Verwacht werd dat dergelijke maatregelen de voedselvoorziening aan de groeiende stadsbevolking onmiddellijk zou vergroten en de middelen zouden verschaffen voor het verwerken van de industriële en agrarische export.