Wat bedoelen we met monocultuur? Wat motiveert identitaire of nationalistische monocultuurbewegingen die hun samenleving niet pluralistisch kunnen of willen beschouwen, niet alleen in de context van Europa maar ook wereldwijd? Kunnen we positieve of zelfs emancipatorische ambities van de monocultuur situeren? Kan een cultureel homogene maatschappij ook inclusief en transformeerbaar zijn? Wat bevindt er zich in de marge van de monocultuur, en wat wordt er niet getolereerd? Wat kan de positie van kunst zijn binnen de context van de monoculturele ideologie? Of hoe zou kunst er onder de monoculturele ideologie uit kunnen zien wanneer ze tot haar logische eindpunt wordt gevoerd? 

MONOCULTURE – NÉGRITUDE TENTOONSTELLING

Image00006 scan: (c) M HKA, Published by Impressions Andre Rousseau
Premier Festival Mondial des Arts Nègres, 1966
Andere , 28 x 17,5 x 1,2 cm

Bezoekers van over de hele wereld en inwoners van Dakar konden een uitgebreid evenementenprogramma bijwonen, waaronder tentoonstellingen met tribale en moderne kunst, conferenties en straatoptredens. Volgens Senghor moest het festival een illustratie zijn van négritude, één grote vitrine waarin het werk van Afrikaanse en Afrikaanse diasporakunstenaars samenkwam. Een colloquium dat twee dagen voor de opening plaatsvond en beschouwd werd als de intellectuele spil van het evenement bracht kunstenaars en intellectuelen samen om na te denken over de rol van kunst in de opkomende post-imperiale wereld en over de betekenis van négritude.

Naast dat colloquium was een van de belangrijkste evenementen van het festival de tentoonstelling L'art nègre, sources, évolution, expansion die in het pasgebouwde Musée Dynamique 'klassieke' kunst uit Afrika toonde. Het ging niet alleen om een belangrijke representatie van traditionele tribale kunst, maar de expo werd ook opgezet om Afrikaanse kunst naast Europese modernistische kunstwerken te tonen. Later deed de tentoonstelling ook het Grand Palais in Parijs aan. De tentoonstelling van 'klassieke' Afrikaanse kunst werd door Senghor geprezen als perfecte illustratie van wat essentieel uniek is aan de zwarte beschaving. Maar de tentoonstelling van kunstwerken van jonge Afrikaanse schilders die tegelijkertijd in het Palais de Justice plaatsvond, bleef quasi onopgemerkt. Het festival in Dakar betekende het begin van de internationale zwarte kunstbeweging, met andere pan-Afrikaanse culturele festivals die het daaropvolgend decennium zouden plaatsvinden: het eerste Festival panafricain d'Alger (1969), Zaïre 74 (Kinshasa, 1974) en FESTAC (Second World Festival of Negro Arts, Lagos, 1977).