Wat bedoelen we met monocultuur? Wat motiveert identitaire of nationalistische monocultuurbewegingen die hun samenleving niet pluralistisch kunnen of willen beschouwen, niet alleen in de context van Europa maar ook wereldwijd? Kunnen we positieve of zelfs emancipatorische ambities van de monocultuur situeren? Kan een cultureel homogene maatschappij ook inclusief en transformeerbaar zijn? Wat bevindt er zich in de marge van de monocultuur, en wat wordt er niet getolereerd? Wat kan de positie van kunst zijn binnen de context van de monoculturele ideologie? Of hoe zou kunst er onder de monoculturele ideologie uit kunnen zien wanneer ze tot haar logische eindpunt wordt gevoerd? 

MONOCULTURE – NÉGRITUDE BOEKEN

Image00031 scan: (c) M HKA, Published by Presses Universitaires de France
L. S. Senghor, ed., "Anthologie de la Nouvelle Poésie Nègre et Malgache de Langue Française, Précédée de Orphée Noir par Jean-Paul Sartre", 1948
Boek , 22,5 x 14,5 x 2,2 cm

Deze anthologie van Afrikaanse en West-Indische dichters, uitgegeven door Léopold Senghor (1906-2001), is een belangrijk document in de geschiedenis van het concept ‘négritude’. Het boek biedt een overzicht van Franstalige poëzie, opgedeeld volgens regio, en zit daarmee op dezelfde lijn als de bundel Latitudes françaises van Damas. Het kreeg echter veel meer erkenning dankzij het inleidend essay, 'Orphée Noir', van Jean-Paul Sartre. Sartre beschrijft négritude als 'antiracistisch racisme'. Volgens hem ontstond de revolutionaire poëziebeweging als verzet tegen koloniaal racisme, maar transformeerde ze zich vervolgens tot een strategie, met raciale eenheid als einddoel. Met zijn analyse van zwarte poëzie toont Sartre aan dat zwart bewustzijn primair gebaseerd is op de 'zwarte ziel', of op “een zekere eigenschap, gemeenschappelijk aan de gedachten en het gedrag van de negers, en wat men négritude noemt.” Volgens Sartre is het dit soort subjectiviteit, namelijk de noodzaak om de zwarte ziel te onthullen (net zoals Orpheus Eurydice kwam opeisen bij Pluto, is er de 'onvermoeibare afdaling' van de zwarte dichter 'in zichzelf'), die de bron is, het centrale idee, van négritude-poëzie – die in tegenstelling tot andere poëzie functioneel is.