Wat bedoelen we met monocultuur? Wat motiveert identitaire of nationalistische monocultuurbewegingen die hun samenleving niet pluralistisch kunnen of willen beschouwen, niet alleen in de context van Europa maar ook wereldwijd? Kunnen we positieve of zelfs emancipatorische ambities van de monocultuur situeren? Kan een cultureel homogene maatschappij ook inclusief en transformeerbaar zijn? Wat bevindt er zich in de marge van de monocultuur, en wat wordt er niet getolereerd? Wat kan de positie van kunst zijn binnen de context van de monoculturele ideologie? Of hoe zou kunst er onder de monoculturele ideologie uit kunnen zien wanneer ze tot haar logische eindpunt wordt gevoerd? 

MONOCULTURE – FROBENIUS

Image000296 scan: (c) M HKA, Published by Librairies Félix Alcan et Guillaumin Réunies
Henri Bergson, "L'évolution créatrice", 1907
Boek , 14,3 x 22,7 cm

Henri Bergson (1859-1941) was een Franse filosoof die zich verzette tegen het heersende westerse rationalisme. Bergsons filosofie beïnvloedde de heropwaardering van de intuïtie in het filosofische denken, en ook zijn onderscheid tussen 'open' en 'gesloten samenleving' in Les Deux sources de la morale et de la réligion (De twee bronnen van moraal en religie; 1932) kende heel wat navolging. Zo werd het bijvoorbeeld verder ontwikkeld door Karl Popper. In L’Évolution créatrice (De creatieve evolutie) gaat Bergson uit van evolutie als een wetenschappelijk vastgesteld feit, maar hij verwerpt het finalisme en introduceert de evolutietheorie niet als een mechanistisch, maar als een creatief proces dat gedreven wordt door een ‘élan vital’ (een vitaal elan, een vitale bezieling). Dat laatste wordt beschreven als een immanente creatieve impuls die in alle organismen voorkomt en die tevens het creatieve karakter van de mensheid verklaart. Bergson geloofde dat de intuïtie, in tegenstelling tot de praktische en gerationaliseerde intelligentie, ons in staat stelt de essentie van het leven te begrijpen en terug te keren naar onze centrale creatieve bezieling. Deze ideeën waren van grote invloed op Léopold Senghor, die later het primaat van intuïtie en kunst centraal zou stellen in zijn filosofie van négritude.