Wat bedoelen we met monocultuur? Wat motiveert identitaire of nationalistische monocultuurbewegingen die hun samenleving niet pluralistisch kunnen of willen beschouwen, niet alleen in de context van Europa maar ook wereldwijd? Kunnen we positieve of zelfs emancipatorische ambities van de monocultuur situeren? Kan een cultureel homogene maatschappij ook inclusief en transformeerbaar zijn? Wat bevindt er zich in de marge van de monocultuur, en wat wordt er niet getolereerd? Wat kan de positie van kunst zijn binnen de context van de monoculturele ideologie? Of hoe zou kunst er onder de monoculturele ideologie uit kunnen zien wanneer ze tot haar logische eindpunt wordt gevoerd? 

MONOCULTURE – FROBENIUS

Image000301 scan: (c) M HKA, Published by Franz Steiner Verlag
Leo Frobenius, "1873/1973. Une Anthologie", 1973
Boek , 16,2 x 23,5 x 2 cm

Leo Frobenius (1873-1938) was een Duitse etnoloog, archeoloog en voorstander van een cultuurhistorische benadering van etnologie. Hij wordt ook beschouwd als een van de figuren die een grote invloed uitoefenden op de négritude-beweging. In de inleiding tot de bloemlezing die werd gepubliceerd ter gelegenheid van Frobenius' honderdste verjaardag, schrijft Léopold Senghor dat Frobenius niet alleen 'Afrika aan de wereld openbaarde' – maar ook 'de Afrikanen aan zichzelf'. In zijn Kulturgeschichte Afrikas wijst de etnoloog er niet alleen op dat de 'barbaarse neger een Europese uitvinding was', maar gaat hij ook in op concepten als emotie, intuïtie, kunst, mythe en ‘Eurafrica’, die cruciaal zouden worden voor Senghors begrip van zwarte subjectiviteit. Frobenius definieerde verschillende ‘Kulturkreisen’ (cultuurkringen), culturele entiteiten met een welbepaald centrum van origine, die later over de hele wereld werden verspreid. Onder ‘Eurafrica’ verstond hij een beschaving die zich had ontwikkeld rond de Middellandse Zee en die floreerde in het laatpaleolithicum en de late steentijd. Senghor werkt dat idee van Eurafrica verder uit. Voor hem was het nauw verbonden met z ijn eigen concept van 'Civilisation de l'Universel' (Universele beschaving). Dat laatste stond voor een herwaardering van wat Afrika op cultureel gebeid had bereikt – een prestatie die de vergelijking met de Europese verwezenlijkingen kon doorstaan. Beide werden gezien als onderdeel van hetzelfde culturele continuüm.