Wat bedoelen we met monocultuur? Wat motiveert identitaire of nationalistische monocultuurbewegingen die hun samenleving niet pluralistisch kunnen of willen beschouwen, niet alleen in de context van Europa maar ook wereldwijd? Kunnen we positieve of zelfs emancipatorische ambities van de monocultuur situeren? Kan een cultureel homogene maatschappij ook inclusief en transformeerbaar zijn? Wat bevindt er zich in de marge van de monocultuur, en wat wordt er niet getolereerd? Wat kan de positie van kunst zijn binnen de context van de monoculturele ideologie? Of hoe zou kunst er onder de monoculturele ideologie uit kunnen zien wanneer ze tot haar logische eindpunt wordt gevoerd? 

MONOCULTURE – BRUNSWIK

0002 Published by Harper & Brothers
Theodor W. Adorno, Else Frenkel-Brunswik, Daniel J.Levinson, "The Authoritarian Personality", 1950
Boek , 16,3 x 24 x 4,5 cm

In 1950 publiceerden een filosoof/socioloog en drie psychologen van de Universiteit van Californië in Berkeley – Theodore W. Adorno, Else Frenkel-Brunswik, Daniel J. Levinson en R. Nevitt Sanford – The Authoritarian Personality (De autoritaire persoonlijkheid) als derde deel van de vijfdelige reeks Studies in Prejudice (Studies naar vooroordelen), samengesteld door Max Horkheimer en gesponsord door het American Jewish Committee. Ze zochten een antwoord op de vraag hoe de destructieve ideologieën, verantwoordelijk voor de wreedheden van WOII, erin waren geslaagd zo’n enorme massa volgelingen aan te trekken. Het resultaat is een gedetailleerde en academische publicatie van bijna 1000 pagina’s, een combinatie van tekst en onderzoeksresultaten (in de vorm van grafieken en tabellen). De studie baseert zich op zowel kwantitatieve als kwalitatieve onderzoeken, met gestructureerde vragenlijsten en diepte-interviews. De studie staat bekend voor de F-schaal (waarbij de F staat voor fascist) waarop mensen kunnen gerangschikt worden volgens de intensiteit van bepaalde kenmerken – waaronder conventionalisme, autoritaire onderwerping en - agressie, bijgeloof, stereotiep denken, cynisme en seksuele frustratie. Als eerste poging om de autoritaire persoonlijkheid, die tot dan vooral op een filosofische manier werd benaderd, op een meer wetenschappelijke manier te analyseren door materiaal te verzamelen en vernieuwende onderzoekstechnieken toe te passen, is het belang van dit boek moeilijk te overschatten.

"Het idee is dat groepen homogene eenheden zijn die zowat de hele aard van hun leden bepalen. Dit legt de verantwoordelijkheid voor spanningen met mensen van buiten de groep volledig bij de externen, als onafhankelijke entiteiten. De enige vraag die gesteld wordt is hoe de externen kunnen veranderen om zichzelf aanvaardbaar te maken voor de groep; er is geen sprake van dat de groep zelf zijn gedrag en houding zou moeten aanpassen.”

R. Nevitt Sanford, ‘The Contrasting Ideolog ies of Two College Men: A Preliminary View’