Wat bedoelen we met monocultuur? Wat motiveert identitaire of nationalistische monocultuurbewegingen die hun samenleving niet pluralistisch kunnen of willen beschouwen, niet alleen in de context van Europa maar ook wereldwijd? Kunnen we positieve of zelfs emancipatorische ambities van de monocultuur situeren? Kan een cultureel homogene maatschappij ook inclusief en transformeerbaar zijn? Wat bevindt er zich in de marge van de monocultuur, en wat wordt er niet getolereerd? Wat kan de positie van kunst zijn binnen de context van de monoculturele ideologie? Of hoe zou kunst er onder de monoculturele ideologie uit kunnen zien wanneer ze tot haar logische eindpunt wordt gevoerd? 

MONOCULTURE – MAÏSCAMPAGNE

Image00024 scan: (c) M HKA
LIFE, 1959
Tijdschrift

De Maïscampagne betrof de massale introductie van maïs in de Sovjet-landbouw van de jaren 1950 en 1960, in een poging het veevoedingstekort op te lossen. Het was Sovjetleider Nikita Chroesjtsjov zélf die met het idee kwam aanzetten het buitenlandse gewas te verbouwen. In 1955 had hij tijdens een reis naar de Verenigde Staten een boer ontmoet, Roswell Garst, die hem had verteld over de rol en de voordelen van maïs in de Amerikaanse landbouw. Kort daarop liet Chroesjtsjov Amerikaanse maïs invoeren. Het ministerie van Landbouw richtte een onderzoeksinstituut voor maïs op in de Oekraïne, publiceerde een nieuw wetenschappelijk tijdschrift over het gewas, en lanceerde een van de grootste propagandacampagnes in de geschiedenis van de USSR. Eindeloze slogans in kranten prezen 'de koningin van de velden' en via gedichten, liedjes, posters, souvenirs en zelfs een animatiespeelfilm, Чудесница (Chudesnitsa, De Wondervrouw) greep de regering alle kansen om het gewas populair te maken. Maar bij de massale verspreiding van maïs werd geen rekening gehouden met het lokale klimaat, noch met bestaande landbouwtradities. Begin jaren 1960 werd een kwart van de landbouwgrond ingenomen door maïs, wat in de herfst van 1962 leidde tot een tekort aan tarwe. Het onvermijdelijke falen van de maïs-monocultuur leidde tot een landbouwcrisis, wat op zijn beurt leidde tot het einde van Chroesjtsjovs politieke carrière.