Wat bedoelen we met monocultuur? Wat motiveert identitaire of nationalistische monocultuurbewegingen die hun samenleving niet pluralistisch kunnen of willen beschouwen, niet alleen in de context van Europa maar ook wereldwijd? Kunnen we positieve of zelfs emancipatorische ambities van de monocultuur situeren? Kan een cultureel homogene maatschappij ook inclusief en transformeerbaar zijn? Wat bevindt er zich in de marge van de monocultuur, en wat wordt er niet getolereerd? Wat kan de positie van kunst zijn binnen de context van de monoculturele ideologie? Of hoe zou kunst er onder de monoculturele ideologie uit kunnen zien wanneer ze tot haar logische eindpunt wordt gevoerd? 

MONOCULTURE – NAZITENTOONSTELLINGEN

Image00004 scan: (c) M HKA, Published by Verlag Knorr & Hirth
Grosse Deutsche Kunstaustellung, 1937
Boek , 14.8 x 21 x 1 cm
paper, ink

De Grosse Deutsche Kunstausstellung vond van 1937 tot 1944 jaarlijks plaats in het Haus der Deutschen Kunst in München, een monumentaal neoclassicistisch gebouw dat speciaal voor dit doel was gebouwd. De tentoonstelling werd gepropageerd als het belangrijkste culturele evenement in nazi-Duitsland en moest de belangrijkste vertegenwoordigers van de kunst onder het nationaalsocialisme representeren. De eerste expo in de reeks opende net een dag voor de tentoonstelling Entartete Kunst. Zo werden 'ontaarde kunst' en door het regime gefinancierde kunst, de zogenaamde 'Duitse kunst' uit de titel, opzettelijk tegenover elkaar geplaatst. In zijn openingstoespraak op 18 juli 1937 gaf Hitler een uitgebreide uiteenzetting van het nationaalsocialistische begrip van 'Duitse kunst', waarbij hij deze stilistisch en ideologisch definieerde met de woorden: “Deutsch sein, heißt klar sein” (Duits zijn betekent duidelijk zijn), een uitspraak die 'logisch' en vooral 'waar' heette te zijn.