Wat bedoelen we met monocultuur? Wat motiveert identitaire of nationalistische monocultuurbewegingen die hun samenleving niet pluralistisch kunnen of willen beschouwen, niet alleen in de context van Europa maar ook wereldwijd? Kunnen we positieve of zelfs emancipatorische ambities van de monocultuur situeren? Kan een cultureel homogene maatschappij ook inclusief en transformeerbaar zijn? Wat bevindt er zich in de marge van de monocultuur, en wat wordt er niet getolereerd? Wat kan de positie van kunst zijn binnen de context van de monoculturele ideologie? Of hoe zou kunst er onder de monoculturele ideologie uit kunnen zien wanneer ze tot haar logische eindpunt wordt gevoerd? 

MONOCULTURE – POPPER

Vvg0 36 scan: (c) M HKA, Published by Princeton University Press
Karl R. Popper, "The Open Society and Its Enemies", 1950
Boek , 16 x 24 x 5 cm
paper, ink

“[Dit boek] probeert te bewijzen dat de beschaving nog niet volledig bekomen is van de schok die met haar geboorte gepaard ging – de overgang van de tribale of ‘gesloten samenleving ’naar de‘ open samenleving’, waarin de kritische vermogens van de mens vrij spel krijgen. Het poogt aan te tonen dat de schok van die overgang een van de factoren is die de weg hebben vrijgemaakt voor reactionaire bewegingen die gepoogd hebben, en nog altijd proberen, de beschaving te vernietigen en terug te keren naar het tribalisme.”

De Oostenrijks-Britse wetenschaps- en politiek filosoof Karl Popper (1902-1994) schreef The Open Society and Its Enemies (De open samenleving en haar vijanden) in Nieuw-Zeeland waarnaar hij in 1937 emigreerde uit angst voor het opkomende nazisme. Het boek is een frontale aanval op het historicisme – het idee dat de geschiedenis zich volgens vaste wetten in de richting van een eindpunt ontwikkelt – in het denken van Plato, Hegel en Marx. Wat Popper ziet als hun geloof in een statische maatschappij, waarvan de toekomst voorspelt kan worden, die door een centraal politiek systeem geleid moet worden, en waarin de staat belangrijker is dan het individu maakt hen tot de verdedigers van de gesloten samenleving en geestelijke vaders van communisme, fascisme en andere ismen met een absolute waarheidsclaim.

Hoewel Popper veel meer aandacht besteedt aan het bestrijden van wat hij ziet als de grondslagen van het totalitair denken dan aan het verduidelijken van zijn alternatief, stelt hij tegenover de gesloten samenleving een open samenleving, waarin elk individu vrij kan deelnemen aan het publieke debat en de politieke besluitvorming. De machtshebbers dringen er geen blauwdruk op voor een ideale samenleving, maar zoeken oplossingen voor urgente problemen en toetsen die oplossingen voortdurend af. Ze kunnen ook op een vreedzame manier worden afgezet en vervangen. In deze kritisch rationalistische visie op politiek trekt Popper opvallende parallellen met zijn wetenschapsfilosofische ideeën. Critici halen aan dat Popper op die manier het emotionele aspect van politiek negeert en er niet in slaagt zijn open samenleving concreet en realiseerbaar te maken waardoor zijn strijd tegen het utopisch denken zelf een utopie dreigt te worden.

De open samenleving en haar vijanden heeft tot op vandaag een belangrijke invloed op de politieke filosofie en praktijk. De Hongaars-Amerikaans zakenman George Soros verwijst bijvoorbeeld letterlijk naar het boek wanneer hij in 1993 het Open Society Institute opricht, in eerste instantie om landen in Centraal- en Oost-Europa te ondersteunen de transitie te maken van communisme naar democratisch bestuur, en later om wereldwijd mensenrechten en economische, juridische en sociale hervormingen te promoten. De meest recente Nederlandse vertaling van De open samenleving en haar vijanden is voorzien van een inleiding door Guy Verhofstadt, voormalig premier van België en Europees parlementslid voor de Vlaamse liberale partij Open Vld.