Wat bedoelen we met monocultuur? Wat motiveert identitaire of nationalistische monocultuurbewegingen die hun samenleving niet pluralistisch kunnen of willen beschouwen, niet alleen in de context van Europa maar ook wereldwijd? Kunnen we positieve of zelfs emancipatorische ambities van de monocultuur situeren? Kan een cultureel homogene maatschappij ook inclusief en transformeerbaar zijn? Wat bevindt er zich in de marge van de monocultuur, en wat wordt er niet getolereerd? Wat kan de positie van kunst zijn binnen de context van de monoculturele ideologie? Of hoe zou kunst er onder de monoculturele ideologie uit kunnen zien wanneer ze tot haar logische eindpunt wordt gevoerd? 

MONOCULTURE – THE DECADE SHOW

2020 monoculture photo m hka cc 28 decade image: (c) M HKA, Published by Museum of Contemporary Hispanic Ar, New Museum of Contemporary Art, Studio Museum of Harlem
The Decade Show: Frameworks of Identity in the 1980s, 1990
Boek

De twee tentoonstellingen, die in New York plaatsvonden met een interval van drie jaar, worden vaak samen besproken omdat ze allebei sterk georiënteerd waren op een tendens die als 'identiteitspolitiek' wordt omschreven. The Decade Show uit 1990, maar vooral de Whitney Biënnale van 1993 – allebei georganiseerd tijdens de zogenaamde 'cultural wars' – worden beschouwd als de eerste grote kunsttentoonstellingen in de VS die zichtbaarheid gaven aan kunstenaars uit gemarginaliseerde groepen, terwijl ze het bredere publiek ook kwesties voorlegden als de aids-crisis, ras, klasse, geslacht, imperialisme en armoede. De The Decade Show contrasteerde kunstwerken uit bovengenoemde minderheidsgroepen met die van 'reguliere' (Angelsaksische/westerse) kunstenaars. Het was een representatiestrategie van het verheerlijken van verschillen – sindsdien een courante tentoonstellingspraktijk in de VS. De tentoonstellingen kregen een berg kritiek over zich heen. Sommige critici verweten de curatoren van de Whitney Biënnale een reductionistische benadering: de complexiteit van sommige kunstwerken zou terugbracht worden tot de representatie van een (essentialistisch begrepen) marginaliteit. De manier van exposeren werd door sommigen gezien als een radicaal politiek gebaar, anderen beschreven ze dan weer als overdreven didactisch. De organisatoren werden er ook van beschuldigd toe tegeven aan politieke correctheid en het opofferen van artistieke kwaliteit aan multiculturalisme en identiteitspolitiek. Hoewel controversieel, waren de twee expo's – en vooral de Whitney Biënnale van 1993 – van aanzienlijke invloed op de representatiepolitiek binnen de kunstwereld.