Wat bedoelen we met monocultuur? Wat motiveert identitaire of nationalistische monocultuurbewegingen die hun samenleving niet pluralistisch kunnen of willen beschouwen, niet alleen in de context van Europa maar ook wereldwijd? Kunnen we positieve of zelfs emancipatorische ambities van de monocultuur situeren? Kan een cultureel homogene maatschappij ook inclusief en transformeerbaar zijn? Wat bevindt er zich in de marge van de monocultuur, en wat wordt er niet getolereerd? Wat kan de positie van kunst zijn binnen de context van de monoculturele ideologie? Of hoe zou kunst er onder de monoculturele ideologie uit kunnen zien wanneer ze tot haar logische eindpunt wordt gevoerd? 

MONOCULTURE – TENTOONSTELLINGSGESCHIEDENISSEN

Otherstory Published by Hayward Gallery/Southbank Centre
Rasheed Araeen, "The Other Story: Afro-Asian Artists in post-war Britain", 1989
Boek
paper, ink

The Other Story, samengesteld voor de Londense Hayward Gallery door kunstenaar en theoreticus Rasheed Araeen, was het eerste grote overzicht in het naoorlogse Groot-Brittannië van werk van kunstenaars van Aziatische, Afrikaanse en Caribische afkomst. De tentoonstelling, die plaatsvond tijdens het conservatieve bewind van Margret Thatcher, wordt beschouwd als een belangrijke poging om het 'meesterverhaal' van de moderne kunstgeschiedenis te 'de-imperialiseren'. In zijn inleiding tot de catalogus gaat Araeen in op de problematiek van het geprivilegieerde westerse subject, een privilege dat werd bekomen “door het willekeurig verwijderen van andere culturen uit de dynamiek van de historische continuïteit.” The Other Story bracht kunstwerken van 24 afro-Aziatische kunstenaars samen. Ze werden gekozen vanwege hun relatie met wat gezien wordt als het modernisme in de beeldende kunst. Ondanks het relatieve succes van de zogenaamde 'Commonwealth'-kunstenaarsgeneratie in de jaren 1960, werd die kunstenaars tegen het einde van de jaren 1980 nog steeds een plaats in de mainstream-kunstgeschiedenis ontzegd. “Ze bleven de Ander, in die zin dat hun Andersheid voortdurend werd opgeroepen als onderdeel van de bespreking van hun werk.” De tentoonstelling werd destijds door sommige kunstcritici aangevallen maar later beschouwd als een belangrijke stap op weg naar de herziening van de westers georiënteerde geschiedenis van het modernisme.