Wat bedoelen we met monocultuur? Wat motiveert identitaire of nationalistische monocultuurbewegingen die hun samenleving niet pluralistisch kunnen of willen beschouwen, niet alleen in de context van Europa maar ook wereldwijd? Kunnen we positieve of zelfs emancipatorische ambities van de monocultuur situeren? Kan een cultureel homogene maatschappij ook inclusief en transformeerbaar zijn? Wat bevindt er zich in de marge van de monocultuur, en wat wordt er niet getolereerd? Wat kan de positie van kunst zijn binnen de context van de monoculturele ideologie? Of hoe zou kunst er onder de monoculturele ideologie uit kunnen zien wanneer ze tot haar logische eindpunt wordt gevoerd? 

MONOCULTURE – CONGRESS FOR CULTURAL FREEDOM

Image000104 (c)scan: M HKA
Laeeq and Zafar Futehall, "Achievements and Objectives of Free Societies", 1951
Folder
paper, ink

Brochure gepresenteerd op het Indian Congress for Cultural Freedom, Bombay, 28-31 maart, 1951

De oprichtingsconferentie van het CCF in Berlijn werd gevolgd door de First Asian Conference on Cultural Freedom die in 1951 in Bombay werd gehouden. De propagandabrochures van de conferentie richtten zich op twee onderwerpen: Indiaas 'neutralisme' en de verdediging van het Amerikaanse economische model en laissez-faire-kapitalisme. De strijd tegen het neutralisme was een van de kernideeën van het CCF, zoals duidelijk wordt in het in Berlijn uitgegeven Manifest:

"We zijn van mening dat de geschiedenis en de praktijk van het totalitarisme de grootste bedreiging vormen waarmee de mensheid in haar hele geschiedenis werd geconfronteerd. We geloven dat apathie en neutraliteit ten opzichte van deze dreiging verraad betekenen aan de essentiële waarden van de mensheid, een troonsafstand van de vrije geest. Ons antwoord op deze uitdaging zal bepalen of de mensheid het pad zal volgen naar totalitarisme of naar vrijheid."

Indiaas neutralisme wordt hier beschouwd als een 'duidelijk fenomeen', met twee aspecten: een officiële regeringspositie van non-alignment (niet-gebonden-zijn) in de Koude Oorlog en 'het neutralistische sentiment'. Het eerste behoort tot “het staatsmanschap en [valt] daarom buiten het bereik van het CCF, behalve in zoverre dat buitenlands beleid onvermijdelijk een rol speelt bij de vorming van de publiek opinie,” wat op zijn beurt als een primaire bezorgdheid van het CCF wordt gezien.